Van vluchtelingenkamp naar Zuidas

Wat voor afslag heb ik genomen in mijn leven? Van linkse student met hennahaar in een oversized, zelfgebreide trui (zwart? ja dûh!) naar rokje-bloesje, van vluchtelingenkamp in de Ethiopische woestijn naar de Zuidas, van rurale ontwikkelingssociologie naar stedelijke gebiedsontwikkeling. Het is gemakkelijk om de verschillen tot hilarische proporties op te blazen, maar mij vielen vooral ook overeenkomsten op.

1. Passie voor je vak

Het is een genot om te luisteren naar mensen die verstand van zaken hebben en enthousiast zijn over hun werk. Ogen gaan stralen, handen meebewegen en er komen voorbeelden, nuances en forse uitdagingen met mogelijke oplossingen langs.

Dat geldt net zo goed voor mensen die hulp distribueren op enkele kilometers van de frontlinie met IS als voor mensen die sociaal-vriendelijke, klimaatneutrale wijken willen bouwen. Beide takken van sport zijn complex. Een professional geniet daarvan. En ik geniet ervan te mogen samenwerken met mensen die betrokken zijn bij en goed zijn in hun werk.

2. Mensenwerk

Alleen maar goedheid bij die idealisten in de hulpverlening en dollartekens in de ogen van de projectontwikkelaar? Nou nee. Gewone mensen eigenlijk. Zowel aan de positieve kant – humor, inzet, enthousiasme, aardig en behulpzaam -, als aan de wat lastige kant – niet iedereen is altijd aardig en onbaatzuchtig, zeg maar. Ook de kwetsbare kant is overal: onzekerheid, fouten maken en er soms gewoon even doorheen zitten. Hé, gewone mensen dus. Fijn eigenlijk.

Het kan aan mij liggen, maar de positieve kant zie ik het vaakst. Overal. De meeste mensen deugen. Althans, de meeste mensen deugen grotendeels.

3. Een betere wereld

Soms expliciet en soms tussen de regels door hoor ik de wens om bij te dragen aan een betere wereld. Een wereld waar vrede, recht en duurzaamheid gangbaar zijn. Waar een prettig huis en een plezierige, veilige omgeving voor iedereen normaal is. Waar we rekening houden met elkaar en leven op een manier die niet ten koste gaat van de aarde en niet inteert op de toekomst.

Maar ja. “Uiteindelijk is het natuurlijk alleen maar een gebouw”, verzuchtte de één. “Het is maar een druppel op de gloeiende plaat”, somberde de ander. Ja, als we zo beginnen kunnen we er net zo goed meteen mee ophouden.

Maar dat doen ze niet. Met een gezonde dosis realisme gaan ze toch door, gewoon, omdat het fijn is om je vak uit te oefenen en als je dan toch bezig bent, dan maar beter voor mooie , hoopvolle toekomstperspectieven. Met inzet van kwaliteiten, expertise en idealen. Op de puinhopen van Aleppo en aan de Zuidas.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *