Het verhaal achter mijn logo

Op de foto zet ik mijn eerste wankele stappen als freelancer vanaf camping Casa Valerosa in Catalonië, waar ik met mijn gezin van 2016 tot 2018 een Ik Vertrek-avontuur beleefde, inclusief alle hoogte- en dieptepunten die je daarbij verwacht (maar daarover een andere keer).

Dat mijn logo aan mozaïek doet denken, is dan ook niet toevallig. Mozaïek was daar alomtegenwoordig – vanwege Gaudí natuurlijk, maar dat niet alleen. Ik vind het leuk om dat stuk persoonlijke geschiedenis een plaats te geven, het maakt deel uit van wie ik ben.

Communicatie is natuurlijk een brede en daarmee ook een vage term. Wat is het precies dat ik bied? Ik heb geprobeerd de vormgever mondeling uit te leggen wat ik bedoelde, maar het lukte niet echt. Ik kreeg mooie voorstellen van ‘m; met kunstig gevlochten C’s en een mooie zakelijke uitstraling. Maar ik zag mezelf er niet in terug. Saai en zakelijk, mwah nee.

Uiteindelijk groef ik een stel kleurpotloden op en ging ik zelf aan het tekenen. Het duurde even, maar ik ben nog altijd blij met het resultaat. Want dit is precies wat ik bedoel:

* kleurrijk, divers en levendig
* het geheel is meer dan de som der delen
* elk stukje voegt iets toe
* er is samenhang, maar de steentjes zijn ook afzonderlijk te onderscheiden
* het voegwerk is niet het interessantst, maar wel belangrijk.

 

Lekker metaforisch dus:

– een organisatie (het geheel),
– de medewerkers en andere stakeholders (de onderdelen) en
– communicatie (het voegwerk dat de delen tot een stevig geheel voegt).

Sterk van binnen: weet wie je bent en waar je voor staat en verbind alle stakeholders daaraan. Dat is niet saai en zakelijk, maar het verwarmt en raakt. Reken maar dat dat zichtbaar en voelbaar wordt, zowel intern als extern. Sterk van binnen, mooi van buiten dus.

Daarom beweegt Connect Communicatie zich op het raakvlak van interne en externe communicatie volgens het aloude adagium; buiten winnen is binnen beginnen. Mijn bedrijf heet niet voor niets ‘Connect’. Connect verbindt. Medewerkers aan de organisatie en met elkaar. Werkvloer aan management. Klanten, leveranciers, donateurs en investeerders aan de missie van je organisatie. Zodat de neuzen dezelfde kant opstaan en iedereen met plezier en professionaliteit z’n werk kan doen.

Van vluchtelingenkamp naar Zuidas

Wat voor afslag heb ik genomen in mijn leven? Van linkse student met hennahaar in een oversized, zelfgebreide trui (zwart? ja dûh!) naar rokje-bloesje, van vluchtelingenkamp in de Ethiopische woestijn naar de Zuidas, van rurale ontwikkelingssociologie naar stedelijke gebiedsontwikkeling. Het is gemakkelijk om de verschillen tot hilarische proporties op te blazen, maar mij vielen vooral ook overeenkomsten op.

1. Passie voor je vak

Het is een genot om te luisteren naar mensen die verstand van zaken hebben en enthousiast zijn over hun werk. Ogen gaan stralen, handen meebewegen en er komen voorbeelden, nuances en forse uitdagingen met mogelijke oplossingen langs.

Dat geldt net zo goed voor mensen die hulp distribueren op enkele kilometers van de frontlinie met IS als voor mensen die sociaal-vriendelijke, klimaatneutrale wijken willen bouwen. Beide takken van sport zijn complex. Een professional geniet daarvan. En ik geniet ervan te mogen samenwerken met mensen die betrokken zijn bij en goed zijn in hun werk.

2. Mensenwerk

Alleen maar goedheid bij die idealisten in de hulpverlening en dollartekens in de ogen van de projectontwikkelaar? Nou nee. Gewone mensen eigenlijk. Zowel aan de positieve kant – humor, inzet, enthousiasme, aardig en behulpzaam -, als aan de wat lastige kant – niet iedereen is altijd aardig en onbaatzuchtig, zeg maar. Ook de kwetsbare kant is overal: onzekerheid, fouten maken en er soms gewoon even doorheen zitten. Hé, gewone mensen dus. Fijn eigenlijk.

Het kan aan mij liggen, maar de positieve kant zie ik het vaakst. Overal. De meeste mensen deugen. Althans, de meeste mensen deugen grotendeels.

3. Een betere wereld

Soms expliciet en soms tussen de regels door hoor ik de wens om bij te dragen aan een betere wereld. Een wereld waar vrede, recht en duurzaamheid gangbaar zijn. Waar een prettig huis en een plezierige, veilige omgeving voor iedereen normaal is. Waar we rekening houden met elkaar en leven op een manier die niet ten koste gaat van de aarde en niet inteert op de toekomst.

Maar ja. “Uiteindelijk is het natuurlijk alleen maar een gebouw”, verzuchtte de één. “Het is maar een druppel op de gloeiende plaat”, somberde de ander. Ja, als we zo beginnen kunnen we er net zo goed meteen mee ophouden.

Maar dat doen ze niet. Met een gezonde dosis realisme gaan ze toch door, gewoon, omdat het fijn is om je vak uit te oefenen en als je dan toch bezig bent, dan maar beter voor mooie , hoopvolle toekomstperspectieven. Met inzet van kwaliteiten, expertise en idealen. Op de puinhopen van Aleppo en aan de Zuidas.

Chaotische cocktail van copingstrategieën

Hoe reageer ik bij een pandemie? Ik viel mezelf niet mee. Tijd voor rust en bezinning? Pff. Ik werd gek van al die adviezen over thuiswerken, ritme handhaven, fit blijven en van al die ouders die hun can do-mentaliteit van de daken schreeuwden. Om negen uur ’s ochtends beginnen met wiskunde? Haha! Ofwel, niet bij mij thuis. Respect hoor, daar niet van. Maar hoe dan?

Eerst was er verlamming, buikpijn, onrust. Concentratieproblemen. Hysterisch de NOS-liveblog refreshen. Tussendoor proberen m’n opdrachtgevers tevreden te houden. Ze waren zelf ook in de war, dat leverde mooie, persoonlijke gesprekken op. Een heuse paniekaanval midden op de IJsselkade (sorry jongens, er is een pandemie, mag ik even?). Om twee uur ’s middags mijn eigen Excel-sheet met RIVM-cijfers bijwerken en de grafieken met mijn ogen naar beneden dwingen.

Toch maar even de dokter gebeld. Ik mocht langskomen, zei ze, want verder kwam er bijna niemand. Dus dat werd zowaar een soort uitje. Met enige hulp van de farmaceutische industrie werd de grootste paniek effectief onderdrukt. Ik weet niet zo goed wat ik daarvan vind, maar liever zo dan dat die hele pandemie aan me voorbij gaat omdat ik met een kussen over mijn hoofd in bed lig. Dat zou toch jammer zijn van deze unieke periode.

Mijn twee tienerkinderen liet ik volledig hun eigen gang gaan. Hen op sleeptouw nemen kon ik er niet bij hebben. Zij konden mij op hun nek er trouwens ook niet bij hebben. Er kwam weinig uit hun handen, maar ze koken allebei één keer in de week en het bleef wèl gezellig in huis. Geheel in lijn met mijn theorie dat we vooral moeten zorgen dat we hier heelhuids doorheen komen, de rest komt later wel. Maar dat is vooral een theorie die mezelf goed uitkomt. Of het inderdaad zo werkt, zullen we (zij vooral) later aan den lijve ondervinden.

En verder, in willekeurige volgorde en de ene activiteit net iets schadelijker dan de andere:

  • mijn kamerplanten verpot en allemaal geteld. Afhankelijk van de telmethode ergens tussen de 63 en de 82.
Geen alternatieve tekst opgegeven voor deze afbeelding
  • dansen op De Dijk, met teksten die heel profetisch bleken: ‘Straks is het verboden, of te laat om nog te gaan. Lief, trek iets moois aan, dan gaan we dansen, dansen, dansen op de vulkaan.’ En ik werd wakker in een vreemde wereld, wat gebeurt hier allemaal…
  • legpuzzels gemaakt. Stay at home-activiteit in optima forma.
Geen alternatieve tekst opgegeven voor deze afbeelding
  • veel met hond Puck gewandeld langs de IJssel. Tot ik een artikel las waarin stond dat veel honden nu afgesleten pootjes hebben, omdat iedereen z’n hond de hele tijd uitlaat. Ach gut, nou dat weer.
  • gebingewatched. De nieuwe afleveringen van Suits (oh Donna!), Tiger King (joehoe, lekker bizar), Messiah (mwah), De Twaalf en The Restaurant (allebei mooi gemaakt en fijn om te kijken), Unorthodox en Kalifat (aanraders) en toen met een perfecte timing seizoen 4 van La Casa de Papel (ik ben een fan van Nairobi / Alba Flores. Ze is ook fantastisch en ontroerend in Vis-a-Vis).
  • mijn kookboeken op kleur gesorteerd. Van de totale zinloosheid daarvan werd ik toch wel vrolijk.
Geen alternatieve tekst opgegeven voor deze afbeelding
  • in de digitale kroeg gezeten met vrienden in Noorwegen, Engeland en Duitsland als alternatief voor ons gezamenlijke weekend Berlijn. Aangeschoten naar bed met een grijns van oor tot oor.
  • een oude deur afgebrand en gebeitst. Supermooi geworden, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik er vorig jaar september al mee was begonnen en dat ‘ie dus acht maanden verschrikkelijk in de weg heeft gestaan in de gang.
Geen alternatieve tekst opgegeven voor deze afbeelding
  • een meditatie-app gedownload en ik gebruik ‘m ook nog af en toe. Best wel oké eigenlijk, al kies ik altijd de kortste oefening uit efficiëntie-overwegingen :).
  • heel af en toe een stiekem sigaretje… en iets minder af en toe bier of wijn met kaas en olijven.

En toen… was het mei en realiseerde ik me dat die rare spanning helemaal weg was. Geen buikpijn, geen problemen met concentreren. Ik ben vrolijk. Ik kan weer langer dan vijf minuten achter elkaar lezen. Ik deed mijn administratie en ruimde mijn kantoor op. Ik volgde een paar interessante vakinhoudelijke webinars (bedankt, Logeion). Blijkbaar werkt mijn chaotische cocktail van copingstrategieën.

Of? Eigenlijk denk ik dat het verstrijken van de tijd het meeste werk heeft gedaan. Alles wat eng en onbekend was, is inmiddels vertrouwd. En dwars door alles heen blijkt het leven door te gaan. Met ups en downs, met nieuwe inzichten en oude bekenden en met een chaotische mix van constructieve en minder constructieve activiteiten. Eigenlijk zoals het was, met iets minder controle, meer besef van kwetsbaarheid en iets meer aandacht voor elkaar. Dat is zo verkeerd nog niet.